Ads door Google
|
|
Samenstelling van de voeding
Voeding
duursporters
Voeding
bij blessures en ziekte
Enkele belangrijke voedingsregels
Schijf
van vijf
Tips
voor bereiden van voedsel
Opmerkingen over enkele voedingsmiddelen
Enkele kruiden
Spijsvertering
Het energieverbruik bij verschillende bezigheden
Het energie verbruik om een bepaalde afstand hardlopend
af te leggen
is onafhankelijk van de snelheid waarmee dat gebeurt
Energieverbruik per dag
Energiewaarde
Het
samenstellen van de totale energie behoefte van een dag
Energielevering
per liter zuurstof
Enkele
tips
|
| |
| Onderzoek heeft aan getoond dat aangepaste voeding voor
sportmensen noodzakelijk is. Het belang ervan mag echter ook niet
overdreven worden. |
| |
|
| |
Samenstelling van de voeding 
Een goede voeding dient de drie basisbestanddelen
te bevatten: koolhydraten (brandstof), vetten (brandstof en
bouwstof) en eiwitten (bouwstof en als de koolhydraten zijn
verbruikt als ook brandstof). Het voedsel moet bovendien de
nodige vitaminen, mineralen en voldoende water bevatten. |
| |
|
|
| |
|
Voeding duursporters 
Omdat duursporters veel koolhydraten verbruiken moeten ze koolhydraatrijk eten.
De geadviseerde voedingspercentages voor
duursporters is daarom: 60% koolhydraten, 15 % eiwitten en 25 %
vetten. Vaak wordt er te veel vet en te weinig koolhydraten
gegeten. Ook kan er gemakkelijk een vitamine B, ijzer en
magnesium tekort ontstaan, doordat deze betrokken zijn bij de
energievoorziening. Opgepast moet worden voor een eiwit tekort,
omdat het ten koste gaat van de spiermassa. Het eiwitaandeel in
de totale energiewaarde van de maaltijd mag echter ook niet te
groot worden: nooit meer dan twintig procent. Drink bovendien
zo'n drie liter per dag.
|
| |
|
|
| |
|
Voeding bij blessures en ziekte 
Bij een blessure heeft het lichaam meer behoefte aan bouwstoffen.
Er is meer vraag naar eiwitten, mineralen (bijvoorbeeld calcium
bij botbreuken), vitaminen en water. Over het algemeen zal de
trainingsomvang afnemen waardoor de energiebehoefte ook zal
verminderen. De voedingspercentages zullen daarom moeten worden
aangepast: koolhydraten 55 % eiwitten 18 % en vetten 27 %.
Een ziek iemand heeft over het algemeen weinig eetlust. Dit komt
gewoon door het ziek zijn, maar ook wegens het beperkte energieverbruik. Het voedsel zal daarom weinig koolhydraten en vetten
mogen bevatten, maar wel meer eiwitten, vitaminen en mineralen.
Ook zal het gemakkelijk verteerbaar moeten zijn. Bij problemen
met de stoelgang zal er extra gedronken moeten worden. |
| |
|
|
| |
|
Enkele
belangrijke voedingsregels

|
· |
Vermijd suikers als witte-, bruine-,
biet-, riet-, en druivensuiker. Deze worden snel in
het bloed opgenomen, waardoor het insuline gehalte stijgt. |
|
· |
Vermijd harde vetten. Snij vet en vel
weg van vlees. |
|
· |
Gebruik halfvolle of zelfs magere
melkproducten. |
|
· |
Eet meer vis; vis bevat ook minder vet. |
|
· |
Gebruik als snacks noten en zaden. |
|
| |
|
|
| |
|
Schijf van
vijf 
Als basis voor een gevarieerd en gezond dieet kun je de schrijf
van vijf gebruiken. Kies voor iedere maaltijd (ontbijt, lunch,
avondmaaltijd) uit elke groep een product. Zo kun je
er zeker van zijn dat de voedingsmiddelen op de juiste manier
gecombineerd worden.
|
Schijf van vijf |
|
Groep 1 |
Brood, rijst, macaroni,
graanproducten, aardappelen en peulvruchten. |
| |
Bron voor: koolhydraten,
plantaardig eiwit, voedingsvezels, vitamine B complex en mineralen. |
| |
|
|
Groep 2 |
Alle groentesoorten en
fruit. |
| |
Bron voor: vitaminen (vooral
C), mineralen en voedingsvezels. |
| |
|
|
Groep 3 |
Melk en melkproducten, kaas,
vlees, vleeswaren, kip, vis en eieren. |
| |
Bron voor: dierlijk eiwit,
vitamine B complex en mineralen. |
| |
|
|
Groep
4 |
Margarine, halvarine en
boter. |
| |
Bron voor: vitamine A, D
en E essentiële vetzuren. |
| |
|
|
Groep 5 |
De dranken: water, koffie en
thee. |
| |
Bron voor: vocht. |
Toelichting 1
Binnen de groepen is het verstandig niet
al te vaak gebruik te maken van de vette soorten.
Neem gekookte aardappelen in plaats van patat. Bak in
vloeibaar bak- en braadvet. Gebruik 20+ en 30+ kaas. Etc.
Toelichting 2
Calorierijke voedingsmiddelen (zoals
snacks, koek, snoep en gebak) die in verhouding met hun
caloriegehalte weinig belangrijke voedingstoffen bevatten staan
niet in de schijf van vijf vermeld. Gebruik deze
voedingsmiddelen niet al te vaak. |
| |
| |
| |
|
Tips
voor bereiden van voedsel 
Tijdens het klaarmaken van
het voedsel kunnen er veel vitaminen en mineralen
verloren gaan. De volgende spelregels beperken dat de
verlies.
|
· |
Voedsel donker en koel bewaren. |
|
· |
Voedsel snel wassen en daarna pas
snijden. |
|
· |
Zo kort mogelijk koken in een kleine
hoeveelheid water met deksel op de pan. |
|
· |
Het kookwater zoveel mogelijk bij de
maaltijd houden (bijvoorbeeld in sausjes). |
|
· |
Het voedsel meteen na bereiding eten. |
|
| |
|
| |
|
Opmerkingen over enkele voedingsmiddelen 
|
Haver,
rogge, gerst, havervlokken |
Bevatten tamelijk veel cellulose en
verteren daarom niet zo gemakkelijk. |
|
Aardappelen |
Bevatten 20% koolhydraten en 2%
eiwitten en tamelijk veel vitamine C. |
|
Macaroni |
Klaargemaakt ongeveer gelijk aan
aardappelen. |
|
Gedroogde
erwten |
Bevatten 40% tot 50% koolhydraten en
23% eiwitten en vitamine B. |
|
Bonen |
Weinig vet, veel eiwit, veel complexe
koolhydraten, veel vezels, veel vitamine B, foliumzuur,
koper, zink magnesium, kalium |
|
Zilvervliesrijst |
Zeer veel complexe koolhydraten, veel
vezels, veel zink ! |
|
Ei |
Het wit van het ei bevat alle essentiële
aminozuren. |
|
Vlees |
Bevatten 15% tot 20% eiwitten, vet en
vitamine B, ijzer. |
|
Vis |
Ook 15% tot 20% eiwitten, minder vet
dan vlees, vitamine B, ijzer. |
|
Halfvolle
melk |
Bevat 3,4 gram eiwitten, 4,9 gram
koolhydraten en 1,5 gram vetten per 100ml. Voornaamste
bron van calcium. Ook vitamine B, C, A, D. |
|
Magere
yoghurt |
Zelfde als melk. |
|
Kaas |
Rijk aan eiwitten (10 tot 30%), rijk
aan vetten (10 tot 25%). |
|
Soja |
Bevat eiwit van hoge kwaliteit, weinig
verzadigd vet en ook goede vetzuren. |
|
Paprika |
Bijzonder veel vitamine C. |
|
Broccoli |
Veel vitamine C, veel
bètacaroteen,
veel vezels. |
Boerenkool
|
In geen andere koolsoort zitten meer vezels, meer
koolhydraten en meer eiwitten en het barst van de
vitamine C, ijzer en kalk. |
|
| |
|
| |
|
Enkele kruiden 
|
Biergist |
Is rijk aan hoogwaardige eiwitten en
vitaminen uit het B-complex. Bovendien bevat het veel
sporenelementen. Gebruik biergist bij lusteloosheid,
onregelmatige huid of vermoeide spieren. |
|
Knoflook
|
Wordt als een van de meest veelzijdige
en effectieve kruiden beschouwd. Veel anti-oxidanten (tegen
schadelijke vrije radicalen). Het bevat vitamine A, B en
C en heeft gunstige invloed op de bloeddruk en de
cholesterolspiegel. |
|
Valeriaan |
Heeft een kalmerende werking door de
invloed die het heeft op het zenuwstelsel. |
|
Spirulina |
Helpt conditie, weerstand en geestelijke prestaties
te verhogen. De spirulina-alg is
een zeer rijke natuurlijke energiebron. Het bevat meer
dan 60 werkzame stoffen, waaronder vitaminen (veel B en E),
mineralen en plantaardige eiwitten. |
|
Echinacea
|
Ter ondersteuning van het op peil
houden van de weerstand. |
|
| |
|
| |
|
Spijsvertering
Hoe lang duurt het voordat het voedsel de maag gepasseerd is.
|
0-30
min |
Glucose, honing. |
|
30-60
min |
Water, zwarte thee en koffie. |
|
1-2
uur |
Wit brood, melk, yoghurt, rijst,
magere vis. |
|
2-3
uur |
Gekookte aardappels, mager vlees,
zachte groenten, bananen. |
|
3-4
uur |
Bruin brood, fruit, gebakken
aardappels, kaas, gegrilleerd kalfsvlees, kip, biefstuk. |
|
4-5
uur |
Gebraden vlees, peulvruchten, vette
vissoorten |
|
5-8
uur |
Vette bakwaren, spek, varkensvlees,
koolsoorten, gerechten in olie. |
|
| |
|
| |
|
Het energie verbruik bij verschillende activiteiten 
Hardlopen
Bij hardlopen is het energieverbruik per uur gelijk aan: 1,012 kcal * de
loopsnelheid * lichaamsgewicht . Hieronder een tabel waarin het
energieverbruik per uur per kilo lichaamsgewicht is berekend voor verschillende loopsnelheden. Ook is
het verbruik af te lezen voor iemand van 60kg.
|
Tempo/uur |
Verbruik/uur |
Verbruik iemand van
60kg/uur |
|
8 km |
8,0 kcal |
480 kcal |
|
10 km |
10,0 kcal |
600 kcal |
|
11 km |
11,0 kcal |
660 kcal |
|
12 km |
12,0 kcal |
720 kcal |
|
15 km |
15,0 kcal |
900 kcal |
|
18 km |
18,0 kcal
|
1080 kcal |
Enkele andere activiteiten
|
Activiteit |
Verbruik/uur
|
Verbruik iemand van
60kg/uur |
|
Slapen |
0,93 kcal |
56 kcal |
|
Zitten |
1,04 kcal |
62 kcal |
|
Staan |
1,20 kcal |
72 kcal |
|
Wandelen (3km/u) |
2,50 kcal |
150 kcal |
|
Wandelen
(6km/u) |
5,00 kcal |
300 kcal |
|
Zwemmen (rustig) |
4,00 kcal |
240 kcal |
|
Zwemmen (20 min/km)
|
11,00 kcal |
660 kcal |
|
Fietsen (20km/u)
|
8,00 kcal |
480 kcal |
|
Fietsen (25km/u) |
10,00 kcal |
600 kcal |
|
Fietsen (30km/u) |
13,00 kcal |
780 kcal |
|
Fietsen (35km/u) |
17,00 kcal |
1020 kcal |
|
Fitness (normaal) |
4,00 kcal |
240 kcal |
|
Fitness (zwaar) |
9,00 kcal |
540 kcal |
|
| |
| |
Rekenmachine energieverbruik

Zie Energieverbruik per sport (tip) |
|
|
|
|
|
|
Het energieverbruik om een bepaalde
afstand hardlopend af te leggen is onafhankelijk van de snelheid
waarmee dat gebeurt
Hoe groter de inspanning hoe groter het energieverbruik zal
zijn. Maar let op: wie met een snelheid van bijvoorbeeld 15 km/u
loopt gebruikt in dat uur 15,0 kcal per kilo lichaamsgewicht.
Iemand van 60kg heeft dus voor het afleggen van 15 km: 900 kcal
(1 uur x 15,0 kcal x 60 kg) nodig. Als iemand 10 km/u loopt
verbruikt hij/zij per uur 10 kcal per kilo lichaamsgewicht. Ook
deze loper weegt ook 60kg. Voor het afleggen van 15 km wordt dan
1,5 uur x 10 kcal x 60 kg: ook 900 kcal. verbruikt. Het afleggen
van een bepaalde afstand kost dus altijd een zelfde hoeveelheid
energie, onafhankelijk van de snelheid waarmee dat gebeurt. Wel
is het zo dat bij wandelen het totale energieverbruik iets
minder zal zijn, omdat bij wandelen efficiënter met energie
wordt om gesprongen. |
|
|
|
|
|
|
Energieverbruik per dag

Het aantal calorieën dat je per dag verbrand is
afhankelijk van je leeftijd, geslacht, gewicht en de lichamelijke
activiteiten die je onderneemt. De totale calorieverbranding per dag bestaat uit de ruststofwisseling
(of Basal Metabolic Rate) plus de energie die nodig is voor al je
bezigheden. Het totale energieverbruik is gelijk aan BMR* PAL. De Physical Activity Level
is een waarde (tussen de 1,2 en 2,2) die het niveau van de lichamelijke
activiteit van iemand aangeeft. Regelmatig actief bent als je tijdens je
werk regelmatig beweegt (b.v. verkopers) en een paar keer per week
sport. Licht actief zijn de meeste mensen.
Zie ook
Rekenmachine calorieverbruik per dag
(tip).
Tabel ruststofwisseling (BMR)
|
|
Leeftijd |
BMR (kcal/dag) |
|
Mannen |
18-29 |
15,3 * gewicht + 679 |
|
|
30-59 |
11,6 * gewicht + 879 |
|
|
60-74 |
11,9 * gewicht + 700 |
|
|
75 > |
8,4 * gewicht + 820 |
|
Vrouwen |
18-29 |
14,7 * gewicht + 496 |
|
|
30-59 |
8,7 * gewicht + 829 |
|
|
60-74 |
9,2 * gewicht + 688 |
|
|
75 > |
9,8 * gewicht + 624 |
Calorieverbruik tabellen
Hieronder als voorbeeld twee verbruiktabellen voor mensen met
een normaal gewicht.
| Licht actief |
|
|
| |
|
|
|
Man |
|
Vrouw |
|
Leeftijd |
Calorieën |
Joules |
|
18-29 |
2825 |
11900 |
|
30-59 |
2700 |
11400 |
|
60-74 |
2450 |
10400 |
|
75 en ouder |
2250 |
9400 |
|
|
|
Leeftijd |
Calorieën |
Joules |
|
18-29 |
2200 |
9200 |
|
30-59 |
2150 |
9000 |
|
60-74 |
1950 |
8200 |
|
75 en ouder |
1900 |
8050 |
|
| |
|
|
| |
|
|
| Regelmatig actief |
|
|
| |
|
|
|
Man |
|
Vrouw |
|
Leeftijd |
Calorie |
Joules |
|
18-29 |
3250 |
13700 |
|
30-59 |
3100 |
13000 |
|
60-74 |
2850 |
11900 |
|
75 en ouder |
2600 |
10800 |
|
|
|
Leeftijd |
Calorieën |
Joules |
|
18-29 |
2300 |
9700 |
|
30-59 |
2250 |
9400 |
|
60-74 |
2050 |
8700 |
|
75 en ouder |
2025 |
8500 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Energiewaarde 
Hoeveel calorieën
levert een gram. Deze gegevens heb je nodig bij de onderstaande
berekeningen.
|
Energiewaarde |
|
Koolhydraten
|
4 kcal |
|
Eiwit |
4 kcal |
|
Alcohol |
7 kcal |
|
Vet |
9 kcal |
|
|
|
|
|
|
|
|
Het samenstellen van de totale energie behoefte van een dag 
Hierbij worden de
juiste verhoudingen koolhydraten, eiwitten en vetten niet uit het
oog verloren.
Voorbeeld 1
Hieronder een rekenvoorbeeld van de benodigde
koolhydraten (60%), eiwitten (15%) en vetten (25%) voor iemand
die per dag 3000 kcal nodig heeft.
|
· |
25% vetten |
750 kcal is 83 gram (750:9) |
|
· |
60 % koolhydraten
|
1800 kcal is 450 gram (1800:4) |
|
· |
15 % eiwitten |
450 kcal is 112 gram (450: 4) |
| |
|
|
| |
Vetten |
Koolhydraten
|
Eiwitten |
|
8 boterhammen |
6 |
100 |
20 |
|
8 Beleg boter |
20 |
|
|
|
6 Beleg zoet |
|
90 |
|
|
2 Beleg kaas |
25 |
1 |
21 |
|
2 glazen melk |
6 |
20 |
14 |
| |
|
|
|
|
Vlees 100g |
15 |
|
20 |
|
Aardappelen 300g |
|
45 |
6 |
|
Spruitjes 200g |
1 |
10 |
8 |
|
Yoghurt |
|
10 |
11 |
| |
|
|
|
|
2 Appels |
|
15 |
4 |
|
Sinaasappel |
|
10 |
|
|
Rozijnen 100g |
|
65 |
2 |
|
Diversen |
10 |
84 |
6 |
| |
|
|
|
|
Totaal |
83 gram
|
450 gram |
112 gram |
Voorbeeld 2
|
· |
Iemand van 60 kg heeft op een dag 3500
kcal nodig. 25% vetten en
2 gram eiwitten per kilo lichaamsgewicht. |
|
· |
25 % van 3500 kcal is 875 kcal. Delen
door 9 is 97 gram vet. |
|
· |
2 x 60 kg is 120 gram eiwitten. Levert
120 x 4 is 480 kcal op. |
|
· |
Koolhydraten: 3500 875
480 is 2145 kcal. |
|
· |
Dat is dan 2145 kcal delen door 4 is
536 gram koolhydraten. |
| |
|
| Samengevat: |
|
· |
536 gram koolhydraten |
|
· |
120 gram eiwitten |
|
· |
97 gram vet |
Opmerking
Het is erg lastig om tot de juiste verhoudingen te komen. Tip:
bereken eens op een gemiddelde dag de samenstelling van je
voedsel. Je hebt dan globaal beeld hoe het zit met het aantal
koolhydraten, eiwitten en vetten. Je kunt hierna het een en ander
aanpassen.
|
|
|
|
|
|
|
Energielevering per liter zuurstof 
De energiebronnen zijn koolhydraten (één gram levert 4 kcal),
vetten (9 kcal), eiwit(4 kcal) en alcohol (7 kcal). Om deze
energie te verbranden is er zuurstof nodig. Koolhydraten leveren
per liter zuurstof de meeste energie, namelijk 5 kcal. Vetten
leveren 4,7 kcal en eiwitten 4,5 kcal. Het is nu ook duidelijk
waarom tijdens de marathon na het 30km punt vaak langzamer wordt
gelopen: de koolhydraten zijn verbruikt, er vindt hoofdzakelijk
vetverbranding plaats.
Tijdens de slaap halen we onze energie voor 90% uit vet. Tijdens
gewone lichamelijke activiteiten is dat 60-70% en de rest uit
koolhydraten. Bij lichte sportactiviteiten neemt het vet
verbruik af tot 50%. En bij intensieve sportbeoefening is het
afgenomen tot 20-30%. Bij zeer intensieve sportbeoefening is het
aandeel koolhydraatverbranding opgelopen tot 100% |
|
|
|
|
|
|
Enkele
tips (zie
ook Tips) |
|
· |
Noten en zaden zijn belangrijke
voedingsbronnen voor spoorelementen en meervoudig-onverzadigde vetzuren. |
| |
|
|
· |
Vitamine C bevordert de opname van de
meeste spoorelementen. |
| |
|
|
· |
Koffie, thee en de meeste frisdranken
(met name cola) remmen de opname van spoorelementen.
Gebruik daarom deze dranken niet bij of kort na de
maaltijden. |
| |
|
|
· |
Ook melk remt de opname van ijzer. |
| |
|
|
· |
Antioxidanten voorkomen cel- en
weefselbeschadiging door de vrije radicalen die vrij
komen bij (zware) inspanningen.
Ze versnellen het
herstelproces na een zware inspanning, verminderen de
blessuregevoeligheid en gaan de veroudering tegen. Zet
daarom vaak voedsel dat rijk is aan antioxidanten op het
menu: wortelen, spruitjes, broccoli, tomaten en bloemkool. |
| |
|
|
· |
Gekookte groente zijn gezonder dan
rauwe. Door het koken worden de taaie celwanden zacht
gemaakt, waardoor de antioxidanten beter worden op
genomen door het lichaam. |
| |
|
|
· |
Rozijnen bevatten bijzonder veel
koolhydraten en ook vezels, ijzer en kalium. |
| |
|
|
· |
Koolhydraten zijn samen met water de
belangrijkste voedingsstoffen voor duursporters. |
| |
|
|
· |
Na een flinke inspanning heb je de
eerste uren ongeveer 125 gram koolhydraten nodig. Een
pilsje is daarvoor niet geschikt: het bevat slechts 8
gram. Bovendien versnelt alcohol de afgifte van urine wat
extra vocht verlies betekend. |
| |
|
|
· |
Cafeïne stimuleert de vetbranding. |
| |
|
|
· |
Er wordt ook veel gewerkt met joules in
plaats van calorieën: 1 kcal = 4,2 kJ |
| |
|
|
· |
Probeer eens een hersteldrankje
bestaande uit 70% eieren en 30% melk of 50 % melk en 50%
aardappelen. |
| |
|
|
· |
Essentiële voedingsstoffen (of nutriënten) kan het
lichaam niet of onvoldoende maken. Ze moeten daarom in
de juiste hoeveelheid in het voedsel aanwezig zijn. |
| |
|
|
· |
Koolhydraten worden omgezet in vetten
wanneer het aanbod groter is dan het lichaam in de
spieren en lever kan opslaan. |
| |
|
|
· |
Te veel eiwit wordt omgezet in koolhydraten en vet. |
| |
|
|
· |
Vis, gevogelte en plantaardige
eiwitbronnen bevatten veel minder verzadigde vetzuren dan
andere eiwitbronnen |
| |
|
|
· |
Melk en melkproducten leveren vrijwel
alle aminozuren die we nodig hebben. |
| |
|
|
· |
Bij avondtraining wordt er dikwijls
voor het sporten gegeten. Dit komt het herstel niet te
goede. Het is beter voor het sporten iets lichts te eten
en na de training de warme maaltijd. |
| |
|
|
· |
Vlees bevat per 100 gram 2 tot 7
milligram ijzer. In tegenstelling tot plantaardige
producten wordt er bij vlees wel vrij veel ijzer (tot 30%)
door het lichaam opgenomen. |
| |
|
|
· |
Een andere benaming voor basaal
metabolisme is ruststofwisseling. |
| |
|
|
· |
Koolhydraten zijn verbindingen van
koolstof, waterstof en zuurstof. |
| |
|
|
· |
Meet je gewicht steeds op ongeveer het
dezelfde tijd: het beste na het opstaan. |
| |
|
|
· |
Het verschil tussen volkoren en
geraffineerde producten. De laatste groep bestaat uit
voedingsmiddelen die bewerkt zijn, waardoor ze ook een groot
deel van hun voedingswaarde (vooral vitaminen en eiwitten)
hebben verloren. Voorbeelden: wit brood, gebak, koek,
frisdranken, griesmeel, witte rijst en kristalsuiker. De
volkerenproducten bevatten daartegen nog wel hun
voedingswaarde: zilvervliesrijst, rietsuiker, bruin
brood. |
| |
|
|
· |
Is melk wel zo goed ?
Melk is een slechte leverancier van Calcium. Dit komt
door de anorganische verhouding van Ca en Mg. Deze
verhouding voorkomt ook de opname van Mg! Slechts 6% van
het Calcium wordt uit melk opgenomen wanneer de Mg-spiegel
in orde is. Maar TNO heeft laten weten in oktober 2002 dat
iedereen in Nederland ondervoed is op het gebied van Mg.
Dus nemen we met z'n alle ook te weinig Calcium op! Is het niet
verbazingwekkend dat wij het land zijn met het hoogst
aantal osteoporose(botontkalking) patiënten per
inwonersaantal ? Terwijl wij het meest melk drinken? Er zijn daarnaast meer
problemen met melk. 27% kan niet tegen het melksuiker
lactose. Een voedselallergie/intolerantie voorkomt
de opname van veel micronutriënten. Deze mensen gaan
slechter presteren doordat de darm geïrriteerd raakt door
histamine. De derde reden dat melk geen goede
voedingsbron is, is dat er Caseïne in voorkomt. Dit eiwit
voorkomt eveneens een goede opname van
micronutriënten. |
|
|
Ads door Google
|
|